Historie
De herkomst van de Runen.
Vreemde symbolen gekrast in antieke gereedschappen en wapens, nu uitgestald in de kasten van sommige musea. Namen van krijgers, geheime spreuken, zelfs stukjes van liederen, verschijnen op verschillende objecten van minieme zilveren munten tot torenhoge kruizen, verstrooid over de onwaarschijnlijkste plaatsen, van Joegoslavië tot de Orkney-eilanden, van Groenland tot Griekenland.
Ralph W.V. Elliott, Runes: An Introduction, Manchester University Press.
De geleerden zijn het er nog niet over eens waar en wanneer het runenschrift in West-Europa verscheen. Voor de Germaanse volkeren ook maar enige vorm van geschreven taal bezaten, maakten ze gebruik van beeldsymbolen die ze in steen krasten.Deze prehistorische inscripties in steen of hällristningar, die speciaal in Zweden algemeen worden aangetroffen, dateren uit de tweede Bronstijd (ca. 1300 v. Chr.) en vormen een mogelijke schakel met de Indo-Europese Vruchtbaarheids- en Zonnecultus.
De tekens omvatten afbeeldingen van mensen, dieren, delen van het menselijk lichaam, wapenmotieven, zonnesymbolen, het Swastika kruis en variaties op vierkante en ronde vormen.
Elliot vermoedt een vermenging van twee aparte tradities: het alfabetische schrift aan de ene kant, de symbolische inhoud aan de andere kant. Talrijke hällristningar maar ook runenstenen zijn nog steeds in Duitsland en over geheel Skandinavië te zien. De eerste tekens werden Runen genoemd naar het Gotische Runa hetgeen betekende, "geheim mysterie".
Vanaf het begin hadden de Runen ook een rituele functie, die zowel diende voor vragen over het lot, als voor het voorspellen en aanroepen van hogere machten die leven en geluk van mensen konden beïnvloeden.
De vaardigheden van de Runen Meesters en -Meesteressen hadden uitwerking op ieder facet van het leven: van het allerheiligste tot de alledaagse praktijk.
Er waren Runen en toverspreuken om het weer, het getij, de oogst, de liefde en de gezondheid te beïnvloeden: Runen voor de vruchtbaarheid, voor vervloekingen, om vervloekingen op te heffen, voor geboorte en dood.
Runen werden op amuletten, drinkbekers, werpsperen, boven deurstijlen van woningen en op de boeg van de vikingschepen gekrast.
De Runen Meesters van de Teutonen en de Vikingen droegen opvallende gewaden waardoor ze gemakkelijk te herkennen waren. Geëerd, welkom en tegelijk gevreesd, waren deze sjamanen vertrouwde figuren in de stamkring.
Er zijn bewijzen dat een aanzienlijk aantal van de Runenkenners vrouwen waren. De overlevering biedt ons de Saga van Erik de Rode, opgeschreven door een anonieme auteur, waarin hij ons een levendige beschrijving geeft van een toenmalige Rune Meesteres:
Ze droeg een mantel met stenen langs de zoom. Ze droeg een kap van wit kattevel die haar hele hoofd en nek bedekte. In één hand droeg zij een staf met een knop aan het eind en aan haar gordel, die haar lange gewaad bijeen hield, hing een toverbuidel.
Odin is de voornaamste Godheid in het pantheon van Noorse Goden. Zijn naam stamt van het oude Noorse woord voor "wind" en "geest" en het was door zijn lijden, zijn transformerende opoffering van het Zelf, dat Odin ons de Runen bracht.
Volgens de legende hing hij negen nachten aan de Yggdrasil, de wereldboom, gewond door zijn eigen speer, gekweld door honger, dorst en pijn, zonder hulp en alleen, tot hij, voor hij viel, de Runen ontdekte en ze met een laatste verschrikkelijke krachtsinspanning bemachtigde. In de Edda spreekt Odin, de grote Runen Meester, ons over de eeuwen heen toe;
Ik weet dat ik hing
aan de door wind geteisterde boom,
negen lange nachten,
verwond door mijn eigen speer,
gewijd aan Odin,
mezelf offerend aan mezelf;
gebonden aan de boom,
waarvan niemand kent,
de wortels waaruit hij groeit.
Niemand gaf mij brood,
niemand gaf mij drank;
ik keek neer in de diepste diepten,
waar ik de Runen ontdekte,
met een luide kreet bemachtigde ik ze;
waarna ik duizelig en bezwijmd neerviel.
Al doende
won ik aan wijsheid;
woord voor woord
werd ik naar het woord geleid,
van daad tot daad.
Illustratie: De "Erik-Steen" uit Haithabu, Duitsland.
Rond de eerste eeuw na Christus waren de Runen door handelaren, avonturiers, krijgers en mogelijk ook door Angelsaksische missionarissen wijd over het Europese continent verbreid. Om dit mogelijk te maken was een gemeenschappelijk alfabet nodig, dit was het alfabet dat bekend stond als het Futhark, naar de eerste zes letters of tekens:
In het jaar 98 schrijft de Romeinse historicus Tacitus over het gebruik van de Runen onder de Germaanse stammen;
Het traditionele Germaanse Futhark bestond uit vierentwintig Runen. Deze werden onderverdeeld in drie "familie's" van acht Runen, drie en acht zijn getallen met een speciale magische kracht. De drie groepen, bekend als aettir werden genoemd naar de Noorse Goden, Freya, Hagal en Tyr.
Men kan veilig aannemen dat elke Rune correspondeerde met wat men nu kent als de keelklank van het Duits. Ze hadden echter niet de mogelijkheid om de meer resonante, vocale klanken van de Prenormandische Angelsaksische taal uit te drukken, en om dit probleem op de lossen werd het aantal tekens in de Futhark eerst tot achtentwintig en later tot eenendertig verhoogd. Van deze Angelsaksische variant van de Runen wordt aangenomen dat zij rond de vijfde eeuw na Christus op de Britse Eilanden verscheen. De tweede grote onderafdeling van de Runen behoord Scandinavië toe. Hier gebeurde het omgekeerde en had de parallelle taalkundige ontwikkeling van de Scandinavische talen tot gevolg dat het aantal Runen tot slechts zestien tekens werd teruggebracht.